stand van zaken februari 2010
De Utrechtse pilotcommissie heeft op 26 oktober de laatste hoorzitting gehouden.
De commissie in de laatste zes weken zes zittingen gehouden. Een stevige prestatie
van zowel de commissie als van de betrokken instelling, Altrecht. Daarbij had de
commissie te maken met een tweede wisseling in de bezetting: voor de laatste vijf
zittingen nam Ad van der Linden de voorzitters- en juristrol over van Kees Blankman.
Op een uitzondering na heeft de commissie de laatste zittingen op locatie gehouden.
De casuïstiek betrof na de zomerperiode ook weer ernstige stoornissen die een stevig
beroep op de competentie van de (deels nieuwe) commissie heeft gedaan:
in twee situaties was er sprake van (onder andere) schizofrenie en bijvoorbeeld
huisvestingsproblematiek, bij een casus was er sprake van een bipolaire I stoornis en
in drie gevallen betrof de casus een schizoaffectieve stoornis. Hierbij waren de
adviesaanvragen gelijkelijk gedeeld over drie soorten adviezen: twee aanvragen tot
een machtiging voortgezet verblijf, twee aanvragen tot een voorlopige machtiging
en twee adviesaanvragen over aangevraagde dwangbehandeling.
Bij de aanvragen tot dwangbehandeling heeft de commissie negatief geadviseerd.
Een deel van de argumentatie hierbij was dat het risico van schade onvoldoende was.
Bij de vier machtigingsaanvragen heeft de commissie wel positief geadviseerd vanuit
beide kaders (Bopz en Wvvggz). Bij een advies over een voorlopige machtiging was
het advies dus ook positief, maar alleen ten behoeve van een kortdurende opname in
verband met het instellen op medicatie voor de bipolaire stoornis. De commissie
was van mening dat opname verder alleen maar averechts zou werken.
De zorgmachtiging kon voor deze cliënt dan ook het gepaste advies geven, met vooral
afspraken over het bezoek aan de depotpoli.
Op 10 november heeft de commissie de eigen werkwijze geëvalueerd in een bijeenkomst
met alle huidige en oude leden van de commissie. Hierbij waren naast het cliëntlid en
het familielid dus twee psychiaters en twee juristen aanwezig. De commissie kon
terugkijken op een gewijzigde groepsdynamiek door een wijziging in de samenstelling,
wat een verrijkende ervaring is geweest. Commissieleden gaven te kennen veel van
de verschillende perspectieven te hebben opgestoken, niet alleen tijdens de
bijeenkomsten maar juist ook in één-op-één situaties, bijvoorbeeld in de auto
onderweg van of naar een zitting.
stand van zaken september 2009
In de Utrechtse pilotcommissie vond tijdens de zomerperiode een wisseling plaats.
Psychiater Yvonne Visser (Riagg Amersfoort) nam het stokje over van Tjeerd Wouters.
Na het zomerreces organiseerde de commissie een bijeenkomst voor geneesheer-
directeuren, met name van instellingen die nog geen casus hadden ingebracht.
De genodigden gaven aan zich te zullen inspannen voor de aanlevering van patiënten.
Er vond een constructieve discussie plaats over het wetsvoorstel en de positie van de
commissie. De commissie hield in deze periode één zitting. Het betrof de verlenging
van een voorwaardelijke machtiging van een cliënt die verblijft in een opvanghuis.
De hoorzitting vond op locatie plaats, waarbij het improvisatievermogen van de commissie
flink op de proef werd gesteld. Verder had de commissie voor een andere casus
(eveneens een voorwaardelijke machtiging) een extra zitting willen inlassen in verband
met de korte doorlooptijd tot de rechtzitting. Helaas bleek een zitting buiten de reguliere
zittingsdag niet te realiseren, omdat de agenda’s van een deel van de commissie,
de cliënt en de behandelaar niet op elkaar aansloten. Hiermee staat de teller in Utrecht
vooralsnog op negen uitgebrachte adviezen: de commissie heeft op 21 september
een tiende zitting gepland.
stand van zaken juni 2009
De commissie in Utrecht heeft sinds de vorige nieuwsbrief twee hoorzittingen gehouden,
in de laatste week van mei en de eerste week van juni. Daarmee heeft de commissie
na een goede toeleiding van patiënten in maart en april te maken gekregen met een
terugval van adviesaanvragen in mei. Mede om deze reden organiseert de commissie
op 20 augustus een tussenevaluatie met genodigden uit het behandelcircuit. Deze
bijeenkomst is ook bedoeld als doorstartmoment na het zomerreces. Per half juli heeft
de commissie in totaal zeven adviezen uitgebracht.
De twee adviezen van de afgelopen periode hadden beide betrekking op een aanvraag
tot een voorwaardelijke machtiging. De commissie heeft in beide gevallen positief
geadviseerd vanuit het Bopz-kader. Aanvullend heeft de commissie in het kader van
de zorgmachtiging geadviseerd over de begeleiding van de cliënten en door de cliënt
na te leven afspraken.
Bij één casus was wel sprake van een juridische complicatie. Hoewel de adviesaanvraag
een voorwaardelijke machtiging betrof, verbleef de cliënt nog in de instelling - in
afwachting van een beschermde woonvorm. Een andere complicatie betrof de afwezigheid
van de behandelaar tijdens de hoorzitting.
Ook bij de andere casus was er sprake van beperking, mede als gevolg van afspraken
over de pilot: de commissie had bij deze casus graag beschikt over informatie uit het
politiedossier.
De commissie heeft bij de verschillende instellingen in de regio de behoefte aan casus
weer onder de aandacht gebracht. Bij de doorstart in augustus staat dit onderwerp
ook bovenaan de agenda.
stand van zaken april-mei 2009
De commissie in Utrecht heeft tot begin mei vijf hoorzittingen gehouden. Dit hadden
er twee meer kunnen zijn, maar in één geval gaf de cliënt geen toestemming voor
deelname aan de pilot en in een ander geval trok de cliënt zijn toestemming enkele
minuten voor de hoorzitting in.
Van de vijf casussen vonden twee hoorzittingen plaats in de vergaderlocatie van de
commissie. De andere zittingen werden bij de instelling gehouden, waarvan één op
een gesloten afdeling en één bij de separeerruimte. Het aantal aanwezigen bij de
zittingen (naast de commissieleden) varieerde van drie of vier personen (beiden één
zitting) tot vijf personen (twee zittingen) of zeven personen (één zitting). Bij één
zitting gaf de cliënt geen toestemming voor het horen van de familieleden – hoewel
zij wel naar de commissie waren gekomen.
Gaandeweg scherpt de commissie haar werkwijze aan. Dit betreft bijvoorbeeld het
onderscheid in het commissieadvies tussen de informatie die uit het dossier komt en
dat wat tijdens de hoorzitting wordt aangedragen. Verder bereidt de commissie de
zittingen voor met behulp van een voorblad. Dit voorblad beschrijft de visies en
vragen van de verschillende perspectieven naar aanleiding van de aangeleverde
informatie, ter voorbereiding op de zitting. Daarnaast verricht de commissie een
evaluatie van elke casus.
Omdat de commissie de meeste casussen vanuit één instelling krijgt aangedragen,
zijn er bezoeken aan de geneesheer-directeuren van de andere instellingen afgelegd
of ingepland.
Tot slot is het vermeldenswaard dat in het blad Psy een interview met de commissie
verschijnt.
stand van zaken maart 2009
Proefhoorzitting
De commissie in Utrecht heeft gevoelsmatig lang moeten wachten voordat het
aan de slag kon én mocht met echte casus. Ter voorbereiding heeft de commissie
in februari een hoorzitting nagespeeld, ondersteund door een professionele acteur.
Hierbij bleek dat de commissie een belangrijke bijdrage kan leveren voor de
cliënt, doordat deze zich gehoord voelt door de commissie. De ervaringsdeskundigheid
vanuit het cliëntperspectief en het familieperspectief bleken hierbij een belangrijke
rol te spelen. Daarbij bestaat er voor de commissie een spanningveld tussen 'de patiënt
horen' en 'geen onrealistische verwachtingen creëren bij de cliënt'. De commissie heeft
de oefencasus afgerond in de vorm van een fictief advies aan een geneesheer-directeur.
Met de oefencasus heeft de commissie zich zo meer kunnen bekwamen in het houden
van een hoorzitting en het uiterken van het advies.
Hoorzitting
Op 9 maart had de commissie de eerste echte hoorzitting gepland. De belangrijkste
betrokkenen (patiëntvertrouwenspersoon, vader van de cliënt en behandelend psychiater)
waren aanwezig. De cliënt besloot echter op het laatste moment om niet voor de
commissie te verschijnen, wat nog eens de kwetsbaarheid van de pilot onderstreept.
Het niet doorgaan van de hoorzitting had verschillende redenen, waarbij doorslaggevend
was dat de cliënt ondanks uitgebreide voorlichting vooraf in de veronderstelling leefde
dat hij een rechter zou spreken en dat er die middag ook een uitspraak zou worden
gedaan over zijn rechterlijke machtiging.
stand van zaken februari 2009
Samenstelling
De projectcoördinator en de projectleider hebben diverse oriënterende gesprekken
gevoerd met partijen in de regio en met landelijke partijen – zoals GGz-instellingen,
rechter, officier van Justitie en het landelijk platform GGz. De gesprekken stonden
in het teken van de voorbereiding op de pilot, waarbij ook is gesproken over
kandidaat-commissieleden met de bedoeling kandidaten te vinden die én aan de
competentie-eisen voldeden én het vertrouwen genoten van de belangrijkste
stakeholders. Dit heeft geleid tot een commissie die bestaat uit vier vaste leden
en een verslavingsdeskundige die zonodig een bijdrage levert aan de
werkzaamheden van de commissie.
De voorzitter van de commissie is ook (buiten de periode van de pilot) actief als
plaatsvervangend Bopz-rechter en daardoor goed bekend met de materie.
De commissie heeft in de pilotsituatie het algemeen perspectief opgesplitst in het
cliëntperspectief en het familieperspectief, met aparte commissieleden.
Beide leden zijn ter zake (ervarings)deskundig.
Startbijeenkomst
Net als de commissie in Amsterdam heeft de commissie in Utrecht diverse
bijeenkomsten besteed aan het scherp krijgen van de werkwijze en de hiervoor
benodigde afspraken met de verschillende partijen. De commissie heeft de
resultaten van deze voorbereiding tijdens een startbijeenkomst besproken met
geneesheer-directeuren van de GGz-instellingen, een rechter, vertegenwoordigers
van de politie en advocatuur, een lid van een familieraad en een cliëntenraad,
een huisarts, een patiëntenvertrouwenspersoon en een familievertrouwenspersoon.
De Bopz-officier van justitie kon niet aanwezig zijn.
De bijeenkomst verliep in een goede, positieve sfeer. Ook waren er enige kritische
geluiden vanuit de psychiatrie, bijvoorbeeld over de rol van de commissie in
relatie tot positie van de behandelaar. Verder vreest de politie een verschuiving
naar het strafrecht indien ‘minder dwang’ een doel op zich is.
Proefcasus
In februari 2009 gaat de pilotcommissie aan de slag met in ieder geval
één 'proefcasus'. Hierbij zal de commissie ook gebruik maken van een acteur om
naast de inhoudelijke kant van het advies ook de procesmatige kant van de
hoorzitting in een oefenvorm door te maken.