stand van zaken februari 2010

De pilotcommissie in Rotterdam heeft op 14 oktober 2009 haar laatste twee zittingen
gehouden in het kader van de pilot. Op 13 oktober had de commissie ook twee zittingen,
waardoor uiteindelijk 18 patiënten zijn gehoord.

Zoals aan het begin van de pilot was bedacht, heeft de commissie een eigen evaluatie
geschreven waarin ze terugblikt op de manier van werken en op de toegevoegde waarde
van het werken met commissies zoals het wetsvoorstel dat beoogt. De evaluatie is een
verantwoording naar alle betrokkenen in de regio en is verstuurd naar de raden van
bestuur en geneesheren-directeuren van de zes betrokken instellingen, naar de stuurgroep,
de minister van VWS en de minister van Justitie.

Terugkijkend hebben we bijna één jaar plezierig en intensief samengewerkt.
Het wachten is nu op besluitvorming. De stuurgroep gaat adviseren en de ministers zullen
de nieuwe wet aan de Kamer voorleggen. Hoe de besluitvorming ook is, ons werk is
niet voor niets geweest!



stand van zaken september 2009


De pilotcommissie in Rotterdam krijgt nu van meer instellingen patiënten voor de
pilot toegeleid dan voorheen. Iedere betrokken instelling heeft nu minstens één patiënt
aangeleverd. De commissie krijgt op deze manier heel wat vergaderzaaltjes en kantines
te zien. In de zomermaanden was dat soms even doorzetten, want er is niet overal
klimaatcontrole. En de deur moet natuurlijk wel dicht tijdens een zitting!
Projectcoördinator Joost Clarenbeek meldt: “Nu komt de routine van pas die was
opgebouwd tijdens samenwerking met onze grootste toegeleider (GGz zorgaanbieder Delta).
We weten snel waarop we moeten letten als het gaat om volledigheid van de stukken en
het regelen van praktische zaken. Elke instelling werkt toch weer net iets anders.
We hebben voor de planning en logistiek vooral contact met de secretariaten van
instellingen. Daarbij merken we dat er bij het ene secretariaat meer afstand bestaat
met behandelaren dan bij het andere. Meer afstand betekent langer wachten op de
benodigde informatie. Het is nu medio september: eind oktober wordt de pilot afgerond.
Patiënt nummer 12 is inmiddels ingepland en 13 en 14 zijn in de planning.
Nu de finale nadert, is het goed om alvast eens terug én vooruit te kijken. We gaan
binnenkort praten over de periode tussen pilot en nieuwe wet. Spannend, omdat de
contouren van de nieuwe wet natuurlijk nog altijd niet vast staan.”



stand van zaken juni 2009


De Rotterdamse commissie heeft net een vakantieperiode achter de rug.
Daardoor zijn er van juni tot half juli geen zittingen geweest. Tot nu toe heeft de
commissie acht patiënten gehoord. De zes eerste patiënten kwamen allemaal van
dezelfde instelling, de twee laatste elk van een andere instelling in Rotterdam.
Er begint qua 'instroom' wat variëteit te ontstaan. De laatste patiënt was overigens
zo goed in zijn hum dat hij een zelfgeschreven liedtekst luid & duidelijk heeft
voorgedragen aan de commissie…

Eind mei heeft de Rotterdamse pilotcommissie afspraken gemaakt met GGz instellingen
die veel te maken hebben met ambulante patiënten. Een van de doelstellingen van de
commissie is immers om ook ambulante patiënten te horen en zo mogelijk ook mensen
die voor het eerst met een machtiging in aanraking gaan komen (dus geen verlengingen).
Zoals bekend hebben heeft de Rotterdamse pilotcommissie tot nu alleen klinische
patiënten gehoord.
Het blijkt erg lastig om de ambulante doelgroep te interesseren voor de commissie.
Zo had een instelling in eerste instantie drie (!) ambulante patiënten bereid gevonden
om mee te doen, maar uiteindelijk hebben ze allemaal van deelname afgezien. Dat is
natuurlijk hun goed recht, maar het is wel jammer. We blijven het proberen, door
informatiemateriaal aan te bieden en door de commissie telkens weer onder de aandacht
te brengen bij behandelaren.



stand van zaken april-mei 2009

In Rotterdam komen de patiënten allemaal van dezelfde instelling en de zittingen
zijn daarom ook telkens daar georganiseerd.
De commissie komt ongeveer een half uur voor elke zitting bij elkaar om de stukken
nog eens door te nemen en om alvast gezamenlijk een beeld te krijgen van de
patiënt in relatie tot de vraag die de commissie gesteld krijgt (aanvraag machtiging,
beëindiging, dwangbehandeling).
Het proces tijdens de zitting is dat de voorzitter een korte inleiding geeft en de patiënt
vraagt of hij/zij begrijpt waartoe het gesprek dient. Bovendien wordt expliciet
gevraagd of de patiënt er bezwaar tegen heeft dat commissieleden, indien nodig,
na de zitting nog inzage krijgen in het dossier. Vervolgens stelt elk commissielid enkele
gerichte vragen aan de patiënt. De strekking van de vragen (tot nu toe) is om enerzijds
goed inzicht te krijgen in wat de patiënt wil. Anderzijds wil de commissie graag meer
inzicht krijgen in het ziektebeeld en de mate waarin patiënten erkennen dat ze ziek zijn.
Overigens stelt de commissie hiermee niet een diagnose. Tot nu toe duurde elke zitting
30 tot 45 minuten. Na de zitting komt de commissie tot een advies dat vervolgens
uitgewerkt wordt via een document ‘bevindingen en advies’.
Zonder al te veel vooruit te lopen op de evaluatie, kunnen we vaststellen dat alle
patiënten zich ‘gehoord’ voelen door de commissie en dat is waardevol. Er zijn ook
aandachtspunten, zoals de logistiek vooraf en de tijdigheid en volledigheid van de
informatie die de commissie voor de zitting ontvangt.



stand van zaken maart 2009

In Rotterdam hebben we in totaal vijf 'papieren' casussen behandeld.
Goed om adviesformats en dergelijke fijn te slijpen, maar nu klaar voor het echte
werk! In de week van 16 maart 2009 gaan we aan de slag met de eerste patiënt.
Meer daarover in het volgende nieuwsbericht.

Informatiebijeenkomst
Op 6 maart hebben Charlotte Grezel en August Nieland van het ministerie van Justitie
een presentatie verzorgd over het concept-wetsvoorstel voor de Rotterdamse regio.
Als podium fungeerde het 'PJG-overleg' dat in Rotterdam periodiek wordt georganiseerd.
Daarbij zitten vertegenwoordigers van de (psychiatrische) zorg, enkele huisartsen,
de politie, de rechterlijke macht, de advocatuur en de OvJ met elkaar aan tafel.
De pilot Verplichte GGz heeft uiteraard de bijzondere interesse van dit zorgnetwerk.

De presentatie was een extra toelichting op de nieuwe conceptwettekst. Het ging dus
niet zozeer om de commissie Verplichte GGz, maar om de wet zelf en de ideeën
daarachter. Er waren veel vragen. Men is beducht dat de nieuwe wet weinig zal
verbeteren doordat het (ook voor de commissies) praktisch vrijwel ondoenlijk zal zijn
een onafhankelijk psychiater te vinden die een medische verklaring kan afgeven.
Als die basis niet is geregeld, wat voegt de wet dan toe? Andere vragen en opmerkingen
hadden te maken met de bereikbaarheid van de commissie: moet de commissie
24 uur per dag bereikbaar zijn? Wordt er niet te idealistisch gedacht over de doelgroep –
met andere woorden wat tuig je op voor patiënten die zich niet aan afspraken houden?
Is een alternatief mogelijk voor de term 'directeur zorgkwaliteit'? Gaat de zorgkaart
echt telkens gemaakt worden? De commissie zal zich ook buigen over de voorwaarden
rond de zorg, zoals huisvesting en financiële ondersteuning – moet de commissie
dat ook regelen? Het antwoord op deze laatste vraag is overigens ontkennend:
de commissie signaleert en adviseert.
Rotterdam is de laatste van de vier pilotregio’s waar de presentatie is gedaan.



stand van zaken februari 2009

Eerste casus
De Rotterdamse commissie heeft op 26 januari voor het eerst één casus besproken.
Het advies van de commissie aan de rechter was eensluidend.
De discussie ging naast de (zorg)inhoud natuurlijk ook over het format van het advies.
Het bleek voor de commissie lastig om alle aspecten mee te wegen. Natuurlijk speelde
een rol dat het de eerste keer was, maar meteen bleek ook dat het moeilijk is om
goed te adviseren op basis van alleen maar stukken. De patiënt zelf heeft immers
deze keer niet zijn of haar verhaal kunnen doen. Daarbij kwam dat er ook behoefte
bestond aan meer informatie (ook al was het maar op papier).
Eén van de leerpunten is dus dat de informatie waarmee de commissie haar voorbereiding
moet doen echt volledig is. Hier ligt een belangrijke rol voor het ambtelijk secretariaat
van de commissie. Een ander leerpunt is dat het voor een goed advies noodzakelijk is
om de patiënt te horen en te zien.

Ondersteuning
Bij de voorbereiding van de commissie en de behandeling van de eerste casus,
bleek hoe veel werk een secretariaat de commissie uit handen kan nemen. Inmiddels is
afgesproken dat een medewerkster van GGD Rotterdam Rijnmond de commissie
gedurende de pilotperiode zal ondersteunen.
Ook is contact gelegd met de PvP. Daar waar wenselijk en nodig zal de PvP in
Rotterdam meewerken aan de pilot.