stand van zaken februari 2010

In september is de laatste fase van het project ingegaan, de periode waarin zou
moeten blijken of de acties die ondernomen waren om meer patiënten te vinden
die bereid zijn om aan het project deel te nemen, hun vruchten hadden afgeworpen.
Tot de laatste dagen van de pilot heeft de commissie in Groningen zittingen
gehouden en is daarmee in totaal op acht casussen uitgekomen.

De uitbreiding van de regio heeft ertoe geleid dat de commissie twee zittingen bij
GGz Friesland en twee zittingen bij GGz Drenthe hebben kunnen organiseren.
Daarnaast melden het Groningse Lentis en het UCP ook nog twee casussen aan
waarmee logistiek een drukke periode aanbrak. De hoorzittingen boden de gelegenheid
om enige routine in de nieuwe werkwijze op te bouwen. Een goed functionerend
ambtelijk secretariaat is in zo’n periode onontbeerlijk.

De zittingen brachten de commissieleden naar instellingen in Franeker, Hoogeveen
en Beilen. De commissieleden hadden het er graag voor over. Hiermee kon eindelijk
het 'wachtkamer-gevoel' ingelost worden. Uiteindelijk heeft de commissie dus acht
zittingen kunnen houden, maar het is ook goed om te weten dat een twaalftal benaderde
patiënten niet wilden meewerken en ongeveer vijf patienten die hun 'informed conscent'
hebben ingetrokken. Het geeft aan hoe belangrijk de medewerking van de instellingen
is geweest bij de pilot.

Naast de zittingen heeft de commissie in Groningen ook een bijdrage geleverd aan de
eindrapportage van Ernst & Young. De commissie in Groningen stond stil bij zaken als:
• De toegevoegde waarde van het tweede algemene lid (verpleegkundige)
• De oorzaak weinig aanmeldingen van patiënten in de periode vóór juli 2009
• De opzet van de hoorzitting
• Het opstellen van het advies
• Het profiel ambtelijk secretariaat
• Gelijkheid en gelijkwaardigheid van de commissieleden
• Hoe om te gaan met tegenovergestelde adviezen binnen de commissie
• Advisering en/of bemiddeling tijdens de zitting.

Begin november 2009 hebben de commissieleden opnieuw een bezoek gebracht aan
de georganiseerde Bopz-advocaten. Inmiddels zetten de Bopz-advocaten in het noorden
de eerste gezamenlijke stappen voor na- en bijscholing - leuk neveneffect van de pilot.
Tijdens de bijeenkomst deelden advocaten hun pilot-ervaringen met collega’s die niet
betrokken waren geweest bij de uitvoering van het pilotproject.

De pilotcommissie in Groningen heeft met een eindsprint nog belangrijke ervaringen
opgedaan en daardoor een zinvolle bijdrage kunnen leveren aan het landelijke
project Commissies Verplichte GGz.



stand van zaken september 2009


De pilotcommissie in Groningen heeft een aantal acties ondernomen om patiënten
te vinden die bereid zijn om aan het project deel te nemen. Dat heeft tot nu toe
geleid tot twee nieuwe casussen die de commissie in de tweede helft van september
bespreekt. De al eerder vermelde uitbreiding van het pilotgebied leidde tot medewerking
van de rechtbank en het openbaar ministerie in de provincies Friesland en Drenthe.
Inmiddels hebben contacten plaatsgevonden met GGz-instellingen: de effecten daarvan
moeten nog blijken.Verder is afgesproken dat de psychiater van de pilotcommissie
zich tijdens de hoorzittingen laat vervangen door een collega. Hierdoor is hij beter in
de gelegenheid om vanuit zijn instelling patiënten aan de commissie voor te dragen,
omdat hij tevens geneesheer-directeur is. Als derde actie licht de pilotcommissie het
project toe tijdens een bijeenkomst van het Psychiatrisch Patiënten Piket Groningen.
August Nieland van het ministerie van Justitie zal een presentatie verzorgen
over het wetsvoorstel. De bijeenkomst is ook toegankelijk voor collega-juristen uit
Friesland en Drenthe.



stand van zaken juni 2009


De pilotcommissie Verplichte GGz in Groningen heeft in juni een tweede casus in
behandeling genomen. Dit had er één meer kunnen zijn, maar een aanvankelijk positieve
patiënt heeft helaas na overleg met de advocaat afgezien van medewerking aan het
project. De tweede casus was een verzoek voor een voorlopige machtiging. De zitting
was bij de instelling waar de patiënt verbleef. Het aantal aanwezigen bij de zitting was
een groot gezelschap en bestond uit elf personen. Behalve de patiënt, de commissie-
leden en de projectsecretaris waren er twee behandelaars, een verpleegkundige en een
familielid van de patiënt aanwezig. Voor het opstellen van het advies heeft de commissie
het inmiddels landelijk opgestelde format gebruikt. Verder heeft de noordelijke pilot in
de afgelopen tijd de mogelijkheden onderzocht om patiënten te werven buiten Groningen,
namelijk in Friesland en Drenthe. Dit leidt hopelijk tot een toename van het aantal
casussen dat de commissie in behandeling kan nemen. Het onderzoek leverde in ieder
geval op dat de rechtbank in Leeuwarden, de officier van justitie en een GGz-instelling
in Drachten hun medewerking hebben toegezegd aan de pilot. Tot slot is het vermeldens-
waard dat het algemene lid van de Groningse pilotcommissie een heeft invalbeurt vervuld
bij de commissie in Amsterdam. Hij heeft het als zeer leerzaam ervaren om eens bij
een andere commissie in de keuken te kijken.



stand van zaken april-mei 2009


Het zijn even lastige tijden voor de commissie Verplichte GGz in Groningen omdat de
aanlevering van casuïstiek stagneert. Naar aanleiding hiervan is een aantal advocaten met
informatie en voorlichting over het project benaderd.Bovendien zijn de mogelijkheden
onderzocht om patiënten te werven buiten de stad Groningen (in de provincies Groningen
en Friesland). Hopelijk leidt dit tot het aanleveren van casussen die in behandeling genomen
kunnen worden door de commissie.Daarnaast heeft de commissie stilgestaan bij het
verdere verloop en de afhandeling van de casus die behandeld is. Het was namelijk
inmiddels bekend geworden wat er met het advies met betrekking tot een verzoek tot
beëindiging was gebeurd. Bij de nabespreking was het interessant om te zien hoe
verschillend de commissieleden vanuit hun achtergrond redeneren. Het was een voorbeeld
van de meerwaarde van een gezamenlijke, multidisciplinaire bespreking.



stand van zaken maart 2009


De Groningse pilotcommissie heeft in de afgelopen periode een informatiebijeenkomst
gehouden, twee keer geoefend met 'papieren' casussen, met een acteur een
proefhoorzitting gehad en voor het eerst een hoorzitting gehouden met een 'echte' patiënt.

Proefhoorzitting
De commissie heeft geoefend met een acteur. De leden hebben dit als erg nuttig ervaren:
zij konden wennen aan hun (formele) rol. Het heeft ertoe geleid dat de introductie van de
commissie aan de patiënt is aangepast. Het was een goede generale repetitie voor de eerste
echte behandeling.

Hoorzitting
De commissie heeft in de afgelopen periode ook de eerste echte casus behandeld, namelijk
een verzoek tot beëindiging van gedwongen zorg. De patient had samen met de patiënt-
vertrouwenspersoon (pvp) een verzoek tot beëindiging opgesteld en daarin opgenomen dat
ze wilde meewerken aan de pilot. De pvp-er had de eerste drie vergaderingen van de
commissie bijgewoond en was dus bekend met de opzet en werking van de commissie.
We zaten met elf personen (!) om de tafel: de patiënt, de dochter van de patient, vier
commissieleden, de patiëntvertrouwenspersoon, twee behandelaren, de secretaris van de
commissie en de projectcoördinator. De coördinator bevond zich niet aan tafel maar aan
de zijkant van de ruimte omdat de coordinator bij de bespreking alleen een observerende
rol heeft. De bijeenkomst vond plaats in een goede open sfeer en had soms een bemiddelend
karakter. Men was minder gespannen dan toen de commissie met de acteur oefende.
De commissie was na afloop tevreden over de inhoud van de bespreking maar vond een
bijeenkomst van een uur te lang. Daarna moest het advies nog geformuleerd worden.
De opzet van de hoorzitting blijkt goed te werken als middel zowel voor de patient als de
behandelaar om hun standpunt toe te lichten in het bijzijn van onafhankelijk deskundigen.
Door de inbreng van de commissie kwamen sommige aspecten in een ander licht te staan:
dit droeg bij patiënt en behandelaar bij aan beter begrip voor elkaars standpunt.



stand van zaken februari 2009


In Groningen is de Commissie Verplichte GGZ eind januari bijeengekomen. De eerste
bijeenkomst stond in het teken van kennismaken en verkennen van de taak. Een kritische
noot werd her en der geplaatst maar de commissie zal blij zijn als ze aan de slag kunnen.
Men is gemotiveerd en begin februari zal de commissie gaan 'droogzwemmen' aan de hand
van een geanonimiseerde casus. De Groningse pilotcommissie bestaat uit vier leden,
namelijk een jurist als voorzitter, een psychiater en twee algemene leden. Het ene algemene
lid is de heer Mahler namens Labyrinth-in-perspectief, een vertegenwoordiger uit de
'familie-hoek'. Het andere algemene lid is de heer Kap, als sociaal psychiatrisch verpleegkundige
werkzaam in het Universitair Centrum Psychiatrie. Men is ingenomen met het feit dat er
meerdere disciplines in de commissie zijn vertegenwoordigd. De commissie is van mening
dat dit bijdraagt aan een degelijke totstandkoming van het advies. Het maakt de commissie
ook minder kwetsbaar omdat er over meerdere algemene leden kan worden beschikt.
Deze leden zouden dan kunnen rouleren. De pilot zal uitwijzen hoe de ervaringen hiermee
zullen zijn. De commissie broedt nog op het idee om nog een algemeen lid/deskundige aan
toe te trekken, bij voorkeur een ervaringsdeskundige.