stand van zaken februari 2010
De pilotcommissie in Amsterdam heeft in de laatste vier zittingsweken nog vier
hoorzittingen gehouden. Daarmee heeft de commissie het streefaantal uit de
vorige nieuwsbrief gehaald. De commissie heeft de laatste zitting gehouden op
9 oktober 2009. De zittingen betroffen twee aanvragen voor een machtiging
tot voortgezet verblijf, een aanvraag voor een voorlopige machtiging en
een casus dwangbehandeling.
Bij de casus dwangbehandeling heeft de commissie zowel vanuit het Bopz-kader
als in de geest van het wetsvoorstel positief geadviseerd over het voornemen
tot dwangbehandeling. Er was hier sprake van een bipolaire I stoornis, met onder
andere gevaar voor uitputting en verergering van het manische toestandsbeeld.
Bij de aanvraag tot voorlopige machtiging heeft de commissie vanuit beide kaders
negatief geadviseerd. Zo was bijvoorbeeld een kortdurende klinische opname
bespreekbaar voor de client.
In het geval van de eerste casus voortgezet verblijf heeft de commissie positief
geadviseerd over de afgifte van een (zorg)machtiging. Bij een stoornis schizofrenie
van het paranoide type en alcoholafhankelijkheid was de insteek van de commissie
onder andere het voorkomen van ernstige fysieke verslechtering en gevaar
voor derden. Bij de tweede casus voortgezet verblijf heeft de commissie binnen
het BOPZ-kader negatief en vanuit het wetsvoorstel positief geadviseerd over
een machtiging.
De commissie heeft de werkzaamheden afgerond door middel van een
afsluitende bijeenkomst op 2 november. Voor deze bijeenkomst waren diverse
betrokkenen uitgenodigd, zoals de officier van justitie, de pilotrechter, pilot PVP,
geneesheer-directeuren, behandelaren en advocaten. Van de genodigden zijn
uiteindelijk acht betrokken op de bijeenkomst verschenen – gelijkmatig verdeeld
over advocaten, behandelaren, geneesheer-directeuren en PVP. Deze bescheiden
bijeenkomst gaf de mogelijkheid om op een prettig informele wijze terug te
kijken op de pilotervaringen.
stand van zaken september 2009
De commissie in Amsterdam heeft tussen begin augustus en de tweede week
van september vier adviezen uitgebracht en één advies nog in uitvoering.
Deze adviezen betroffen uiteenlopende casuïstiek. De eerste casus betrof een
verzoek tot dwangbehandeling bij een voorlopige machtiging. De commissie heeft
het verzoek tot dwangbehandeling niet gehonoreerd omdat een minder ingrijpend
alternatief voorhanden was (ambulante begeleiding, afspraken over middelengebruik).
De hoorzittingen van twee andere casussen werden gekenmerkt door verslavings-
problematiek en in beide gevallen heeft de commissie positief geadviseerd over het
machtigingsverzoek (een voorlopige machtiging na een IBS en een machtiging
voortgezet verblijf). Bij de vierde casus – een verzoek tot verlenging van een
voorwaardelijke machtiging – heeft de commissie met een complicerende factor
te maken gekregen: De cliënt sprak geen Nederlands, waardoor de aanwezigheid
van een tolk vereist was. Naast de taalbarrière heeft de commissie kunnen
ervaren hoe cultuurverschillen merkbaar kunnen zijn in een zitting. Bij alle zittingen
was sprake van gemiddeld zes aanwezigen,exclusief de leden van de commissie.
Hoewel dit veel indruk kan maken op cliënten, geven zij aan de zittingen als positief
te ervaren. De commissie kreeg als feedback bijvoorbeeld terug dat de werkwijze
als democratischer en meer afgewogen wordt ervaren: de cliënt voelt zich niet
overgeleverd aan één behandelaar. De commissie hoopt in september en oktober
nog vier adviezen uit te kunnen brengen: in totaal heeft de Amsterdamse
pilotcommissie dan dertien patiënten gehoord.
stand van zaken juni 2009
De commissie in Amsterdam heeft in de periode mei-juni vier hoorzittingen gehouden.
Drie van de vier hoorzittingen heeft de commissie op locatie gehouden, in de instellingen
InGeest, Arkin en het AMC. In twee gevallen werd advies gevraagd met betrekking tot
een machtiging voorgezet verblijf, verder ging het om een voorwaardelijke machtiging
en een dwangmedicatie.Binnen het Bopz-kader heeft de commissie positief geadviseerd
over een voorwaardelijke machtiging en over een voorgezet verblijf. Binnen het kader
van het wetsvoorstel verplichte GGz heeft de commissie aanvullend en genuanceerd
kunnen adviseren over behandeling, vrijheden en voorwaarden – met een duidelijk oog
voor het toekomstperspectief van de cliënt. De commissie heeft negatief geadviseerd
over de toepassing van dwangmedicatie binnen de looptijd van een IBS. Ten aanzien van
de zorgmachtiging heeft de commissie hier wel voorwaardelijk geadviseerd met betrekking
tot dwangmedicatie en de looptijd van de machtiging. Verder heeft de commissie het
advies van de laatste hoorzitting van 26 juni aangehouden tot na het zomerreces.
De commissie was van mening nog geen zorgvuldig afgewogen advies te kunnen geven.
Dit advies komt bij de eerstvolgende zitting op 31 juli weer op de agenda.Bij de zittingen
waren zes tot acht personen aanwezig (exclusief de commissieleden). In twee gevallen
waren ook één of beide ouders van de cliënt aanwezig. In een andere hoorzitting heeft
een familielid vanwege verhindering een schriftelijke verklaring ingediend. De commissie
vraagt de aanwezigen na elke zitting om een korte terug-koppeling en suggesties.
Hierbij blijkt steeds weer dat alle aanwezigen – patiënt, familie, pvp, advocaat en
behandelaar – de zitting over het geheel genomen positief waarderen en de werkwijze
als een welkome ontwikkeling zien. Wel worden er kanttekeningen geplaatst bij de
logistieke en organisatorische haalbaarheid. De zittingen vragen extra tijd en inzet
van alle betrokkenen.
stand van zaken april-mei 2009
De Amsterdamse pilotcommissie heeft in voorbereiding op én naar aanleiding van de
eerste hoorzittingen verbeteringen aangebracht in haar werkwijze en de beschikbare
instrumenten. Zo heeft de commissie het ‘format’ voor het commissieadvies verder verfijnd
en gestroomlijnd. Ook heeft de commissie kritisch naar de landelijke informatiefolders
gekeken en verbeteringen voorgesteld. De oefenhoorzitting met een acteur leidde tot
optimalisering van de procedure voor de hoorzitting. Een belangrijk onderdeel hierbij
betreft een korte evaluatie van de zitting met alle aanwezigen, inclusief de cliënt zelf.
Deze evaluatie heeft positieve reacties opgeleverd: aanwezigen waarderen de ruimte voor
de inbreng van meerdere perspectieven en de cliënten voelen zich beter gehoord.
Verder heeft de commissie tot begin mei twee hoorzittingen gehouden. Bij beide
hoorzittingen was een behoorlijk aantal betrokkenen aanwezig. De eerste hoorzitting
vond plaats op de vergaderlocatie van de commissie, met zeven genodigden. De casus
betrof een advies aan de rechter over de verlening van een voorwaardelijke machtiging.
Bij deze zitting bleek dat taalbarrières een rol kunnen spelen en dat commissies in de
toekomst mogelijkerwijs een beroep moeten doen op een tolk. De hoorzitting voor
de tweede casus is gehouden bij de instelling. Bij deze zitting waren zes genodigden
aanwezig. De casus had eveneens betrekking op een advies aan de rechter, in dit
geval over een aanvraag van een machtiging na een IBS.
stand van zaken maart 2009
Informatiebijeenkomst
De pilotcommissie in Amsterdam heeft op 19 februari 2009 een informatiebijeenkomst
georganiseerd voor patiëntvertouwenspersonen (pvp), familievertrouwenspersonen,
vertegenwoordigers van het Amsterdam Patiënten Consumenten Platform (APCP) en leden
van cliënten en familieraden. Deze bijeenkomst is door zowel de gasten als door de
commissieleden als zeer positief ervaren. De bijeenkomst maakte de commissieleden
onder andere bewust van de toegevoegde waarde van het tijdig betrekken van de
patiëntvertrouwenspersoon. Later in de pilot wil de commissie ook klachtencommissies
informeren over de pilot.
Proefzitting
Verder heeft de commissie in de afgelopen weken geoefend met twee papieren casussen.
Deze exercities hebben de commissie meer vertrouwd gemaakt met het rapportageformat
en ook geleid tot een verfijning in de eigen voorgenomen werkwijze. De komende tijd legt
de commissie bezoeken af bij verschillende instellingen in Amsterdam. Het doel van deze
bijeenkomsten is om in overleg met geneesheer-directeuren te komen tot concrete
werkafspraken over de aanlevering van casussen voor de pilotcommissie. De commissie
verstrekt daarbij ook het benodigde informatiemateriaal, zoals een folder voor de behandelaar.
Nadat de werkafspraken zijn gemaakt, staat de commissie klaar om daadwerkelijk aan de
slag te gaan met patiënten. Om de werkwijze tijdens de hoorzittingen vooraf door te maken,
oefent de commissie op 19 maart nog met een door een acteur gespeelde casus. Dit mede
naar aanleiding van de positieve ervaringen van de pilotcommissies in Groningen en Utrecht.
stand van zaken februari 2009
Samenstelling
De Amsterdamse pilotcommissie Verplichte GGz bestaat uit drie vaste leden, en een
deskundige op het terrein van verslavingszorg gezien de kenmerken van de OGGZ-doelgroep.
De verslavingsdeskundige levert alleen een bijdrage aan de hoorzittingen en de totstand-
koming van het advies van de commissie als de casuïstiek daar om vraagt. De commissie
wil de cliënt namelijk niet onnodig confronteren met een zware vertegen-woordiging van
medici in de commissie, omdat dit argwaan kan oproepen bij de patiënt. In de pilotcommissie
vertegenwoordigt één deskundige het algemeen perspectief. Dit commissielid heeft zich bij
Bopz zaken jarenlang ingezet voor de positie van psychiatrische patiënten en het familie-
perspectief. Met die ervaring kan het commissielid zich goed inleven in de perspectieven van
cliënt en familie en is daardoor ook in staat mogelijke spanningen tussen de twee
perspectieven te duiden en te hanteren. Daarbij kan het lid zonodig ook een brugfunctie
vervullen tussen het juridische en psychiatrische perspectief.
Startbijeenkomst
Tijdens de startbijeenkomst van de Amsterdamse commissie is de werkwijze met de
belangrijkste regionale stakeholders besproken. Gasten waren geneesheer-directeuren van
GGz-instellingen, een rechter, een officier van justitie, vertegenwoordigers van politie,
advocatuur en het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP),
een patiëntenvertrouwenspersoon en een familievertrouwenspersoon. Het Amsterdams
Patiënten en Cliëntenplatform was verhinderd.De bijeenkomst had een positiefkritische en
constructieve sfeer. Belangrijke nog te beantwoorden vragen hadden vooral betrekking op
zaken die buiten de invloedssfeer van de commissie liggen, zoals de aanvraag voor
'informed consent' bij de cliënt en de positie van het commissieadvies voor de rechter.
Binnenkort organiseert de commissie nog een aparte informatiebijeenkomst voor familie-
en patiëntenvertrouwenspersonen en voor vertegenwoordigers van cliënten- en familieraden
van de GGz-instellingen. Verder zal de commissie de werkwijze uitproberen met een
geanonimiseerde papieren casus. De GGD Amsterdam levert hiertoe casuïstiek aan.
Daarnaast vraagt de commissie casuïstiek aan bij het NIFP.